topimg
Home arrow Parlementair werk arrow Het Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten (FCUD)
spacer spacer spacer
imgbody
spacer
Partijbureau 11-09-2006

spablogt
Het Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten (FCUD) PDF Afdrukken
donderdag, 28 oktober 2004

Vraag om uitleg van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten (FCUD)» (nr. 3-404)

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT).
– Het Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten heeft sinds de jaren 1990 gezorgd voor een min of meer stabiele basis bij de uitbouw van de projecten voor buitenschoolse opvang.
Dit fonds bleek een waardevol instrument in de betrachting de kinderopvang uitgebreid, betaalbaar en kwaliteitsvol te houden.
Momenteel worden alle organisatoren die met FCUD-gelden werken geconfronteerd met het feit dat deze subsidie plots en éénzijdig door het Beheerscomité van de Rijksdienst verminderd wordt. De organiserende besturen hebben met deze vermindering geen rekening gehouden in hun budgettering. Het is kiezen tussen drie kwalen: een verhoging van de ouderbijdragen, wat vooral nefast is inzake toegankelijkheid, de tekorten zelf dragen, wat weinig realistisch is, of de dienstverlening terugschroeven, dit terwijl er wel degelijk een bijzondere nood is aan buitenschoolse opvang. Zo maken bijvoorbeeld in de regio Waasland niet minder dan zo’n 30.000 kinderen regelmatig gebruik van de kinderopvang, wat bewijst dat het aanbod aan een reële nood beantwoordt.
Los van deze bekommernis kunnen er ook diverse bedenkingen geformuleerd worden bij de communicatie hierover met de administratie. Een brief met een ingewikkelde uitleg naar een beambte op een stads- of gemeentedienst die niet altijd rechtstreeks met kinderopvang bezig is, is niet echt de manier om een dergelijke ingrijpende beslissing mee te delen. Zelfs voor ingewijden is de reden waarom de subsidiëring zo plots en zo ingrijpend verandert, niet echt duidelijk.
Graag kreeg ik van de minister een antwoord op de volgende vragen.
In maart 2004 werden in de plenaire vergadering van de Senaat, als ik mij niet vergis als antwoord op een vraag van mevrouw Van de Casteele, voor 2003 voorlopige cijfers met betrekking tot het FCUD geformuleerd. Zijn de afrekeningen nu beschikbaar?
In de recente beleidsverklaring lazen we dat er extra impulsen zullen worden gegeven voor kinderopvang. Houdt dit consequenties in voor het FCUD?
In het administratief schrijven van het RKW wordt gesteld dat vanaf 1 januari 2005 rekening wordt gehouden met de reële ouderbijdragen in plaats van zoals nu met de forfaitaire ouderbijdragen. Dit is vrij cruciaal omdat het voor de promotoren een enorm inkomstenverlies betekent. Na telefonisch contact met de betrokken diensten blijkt deze regel niet integraal te zullen worden toegepast maar proportioneel in functie van het aantal gesubsidieerde equivalenten.
Wanneer kan hierover op een duidelijke manier gecommuniceerd worden met de lokale besturen?
In het betrokken administratief document wordt meermaals gesteld dat de betrokken promotoren rechtstreeks zullen worden aangeschreven. Voor wanneer is dit gepland?
We hebben uit diverse hoeken alarmkreten gehoord. Naast de bemerkingen ten gronde, dient ook te worden opgemerkt dat een dergelijke communicatie het voor de promotoren onmogelijk maakt om een ernstig beleid te voeren. Voor de stad Sint-Niklaas bijvoorbeeld zou dit 150.000 euro minder inkomsten kunnen betekenen.
De prognoses van andere promotoren gaan in dezelfde richting. Dit is echt een stap terug in ons streven om gezin en arbeid te verzoenen.
De heer Wouter Beke (CD&V).
– Ook ik maak me zorgen over deze problematiek.
Ik wens twee aanvullende vragen te stellen. De eerste heeft betrekking op de bevoegdheidsverdeling voor kinderopvang. Het Arbitragehof heeft gesteld dat kinderopvang een bevoegdheid is van de gemeenschappen. Heeft de minister inmiddels initiatieven genomen die tot een oplossing kunnen leiden?
In de beleidsverklaring heb ik gelezen dat de regering haar engagement bevestigt om 15 miljoen euro extra uit te trekken voor kinderopvang. Het is echter niet duidelijk waarvoor dat bedrag zal worden aangewend. In Raversijde heeft de regering beslist het voordeel van de fiscale aftrekbaarheid te verlengen tot 12 jaar. Wat zijn de budgettaire gevolgen van die maatregel of worden de extra 15 miljoen euro hiervoor aangewend?
Mevrouw Annemie Van de Casteele (VLD).
– We hebben het hier over een materie die niet tot onze bevoegdheid behoort. Kinderopvang is een bevoegdheid van de gemeenschappen. Het FCUD is een erfenis uit het verleden. Zoals dat fonds vandaag functioneert, komt het volgens het Arbitragehof neer op een bevoegdheidsoverschrijding.
De heer Beke is nieuw in het Parlement. De regering heeft voor dit probleem al een oplossing bedacht die het parlement vorig jaar via de programmawet heeft goedgekeurd. Zelf was ik het daarmee niet eens. De regering heeft het fonds ondergebracht bij de sociale zekerheid omdat het gaat om een toelage aan kinderen van werknemers die onder de sociale zekerheid vallen.
Inmiddels heeft het Arbitragehof daarover gezegd dat het fonds met de voorgestelde regeling wel een federale bevoegdheid kan blijven. De uitvoering wordt wel bijzonder ingewikkeld omdat de betoelaging anders zal moeten worden berekend en het niet meer de instellingen zullen zijn die betoelaagd worden maar de kinderen.
Kan de minister ons vandaag ook zeggen hoever staat het met de uitvoering van de bepaling van de programmawet?
Kunnen we niet als grote mensen rond de tafel gaan zitten en nagaan of we de middelen niet gewoon kunnen overdragen aan de gemeenschappen zodat die een coherent beleid kunnen voeren?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
– Ik wil niet in debat gaan over de al dan niet noodzakelijke federalisering van bepaalde gedeelten van de sociale zekerheid.
Ik zal antwoorden op de vragen over concrete problemen.
Het moratorium is voor de Franstalige projecten ingegaan in 1997 en voor de Vlaamse projecten in 2000. Ondanks de moratoria zijn de uitgaven van het FCUD inderdaad blijven stijgen. Dit is vooral te wijten aan het toegenomen aantal dagen dat kinderen in de opvangstructuren aanwezig zijn. Ook de Copernicus-hervorming heeft een verhoging met zich meegebracht.
Het FCUD wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,05%. Sinds 2002 volstaan de inkomsten niet langer om de uitgaven van het fonds te dekken. Die trend heeft zich in 2003 voortgezet. Tot nu toe kon dit probleem worden opgevangen via de reserves van het fonds. De administratie heeft evenwel berekend dat de reserves op 31 december 2004 helemaal zullen zijn opgebruikt. Er moesten dan ook zo snel mogelijk besparingsmaatregelen worden genomen.
Om een gezond beheer van het FCUD te kunnen waarborgen hebben de sociale partners die het fonds bij het beheerscomité van de RKW beheren op 6 juli jongstleden een reeks besparingsmaatregelen genomen, waarvan sommige op 1 september 2004 in werking moesten treden en andere op 1 januari 2005.
Het ging om de volgende zeven maatregelen, waarvan de eerste drie op 1 september in werking zijn getreden.
Een moratorium op het aantal dagen aanwezigheid van de kinderen. De aanvaarde norm is het aantal aanwezigheidsdagen in 2003.
De beperking van de verwerkingskosten in de gewestelijke coördinaties.
De verwijdering van de investeringskosten uit de werkingskosten.
Een maatregel tot beperking van de betoelaging boven 100%. De promotor krijgt thans een vrijstelling van maximum 10% van de betoelaagbare massa zodat sommige projecten winst maken, wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn van de betoelaging van het FCUD.
Men moet rekening houden met de financiële bijdrage die de ouders effectief betalen. Het FCUD houdt thans rekening met een forfaitaire bijdrage van de ouders, die lager kan liggen dan het werkelijke ontvangen bedrag. Het project kan dus winstgevend zijn door de gezamenlijke financiering door het FCUD.
De integratie van de GECO’s Wallonië-Brussel.
De afschaffing van de pedagogische begeleiding in de projecten van buitenschoolse opvang die een huiswerkschool organiseren. Aangezien die maatregelen een aanzienlijke weerslag zouden hebben op sommige projecten, zoekt het beheerscomité thans een andere oplossing die erin zou bestaan het eventuele tekort in 2005 verhoudingsgewijs te verdelen over alle projecten in het Noorden en het Zuiden van ons land.
Bovendien heeft het Arbitragehof inderdaad op 16 juli 2004 een arrest geveld en daarmee de wettelijke basis voor een forfaitaire tegemoetkoming van het FCUD teniet gedaan. Het beheerscomité onderzoekt nu hoe de wettelijke basis wel kan worden gelegd. Dit zijn omvangrijke werkzaamheden waarbij de tegemoetkoming van het FCUD aan de opvangstructuren helemaal zal worden herzien. We moeten nu alle gegevens over de verschillende soorten opvang in ons land nauwkeurig verzamelen om vervolgens het bedrag van de tegemoetkoming per opgevangen kind te kunnen vastleggen. Ik kan u nu nog niet meedelen wanneer het nieuwe systeem in werking zal treden.
Ten slotte zullen de bijkomende middelen die in Raversijde werden afgesproken, zeker nodig zijn om de stijging van de uitgaven van het FCUD ten gevolge van de overschakeling naar een forfaitair systeem op te vangen, maar de concrete maatregelen voor de aanwending van deze forfaitaire bijdragen liggen nog niet helemaal vast. Ik kan ze dan ook nog niet meedelen.
Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT).
– Ik heb er natuurlijk alle begrip voor dat de minister een financieringsprobleem voor het FCUD moest vaststellen. De cijfers zijn wat ze zijn. Ik erken ook dat er inderdaad wel wat bezuinigingsmarge op zat. Ik heb zelf het voorrecht gehad twee jaar schepen te zijn en ik moet toegeven dat het riant en ook transparant samenwerken was met het FCUD.
Ik blijf echter wel vragen hebben bij de concrete aanpak. De eerste brief is, als ik me niet vergis, in juli vanuit de administratie vertrokken, maar hij was zo ingewikkeld en vaag dat de meeste besturen toen nog niet in actie zijn geschoten. Volgens mij is het pas sinds een paar weken concreet aan het doorsijpelen, terwijl de begrotingsopmaak al een eind gevorderd is. Ik vind dat we dus een kans missen om lokaal de begroting nog bij te sturen en ik vrees dat velen voor de gemakkelijke oplossing zullen kiezen: de verhoging van de ouderbijdrage. Dat is toch echt een stap achteruit en het zal ons veel werk kosten om lokaal "de schade te beperken".
De heer Wouter Beke (CD&V).
– Ik wil graag nog een bijkomende vraag stellen in verband met buitenschoolse kinderopvang. Als de minister daarop kan antwoorden, dan kan ik mijn vraag om uitleg laten vallen.
Het gaat over de budgettaire impact van de verhoging van de fiscale aftrekbaarheid van de buitenschoolse opvang voor kinderen tot 12 jaar. Heeft de minister daar cijfers over?
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
– Ik heb daarover geen cijfers. Dat moet u aan de minister van Financiën vragen.

spacer
Navigatie
Home
Christel in de pers
Biografie
Links
Zoeken
Evenementen
Gastenboek
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact

Archief
spacer spacer spacer spacer spacer
spa