topimg
Home arrow Pers arrow Alle hens aan dek voor projecten kinderopvang
spacer spacer spacer
imgbody
spacer
Partijbureau 11-09-2006

spablogt
Alle hens aan dek voor projecten kinderopvang PDF Afdrukken
vrijdag, 29 oktober 2004

Het Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten (FCUD) heeft sinds 1990 gezorgd voor een min of meer stabiele basis bij de uitbouw van de projecten voor buitenschoolse opvang. Momenteel worden alle organisatoren die FCUD-gelden ontvingen, geconfronteerd met een plotse en eenzijdige vermindering van hun middelen. Senator Christel Geerts (sp.a) ergert zich aan de manier waarop deze besparingen werden doorgevoerd. “Mensen hebben echt wel begrip voor besparingen, als die echt nodig zijn en goed uitgelegd worden. De manier waarop dat hier gebeurde is beneden alle peil.”

Het FCUD is al jarenlang een waardevol instrument om kinderopvang uit te breiden, en betaalbaar en kwaliteitsvol te houden. De plotse vermindering van de middelen stelt de vele initiatieven echter voor problemen. Ze hebben met deze vermindering geen rekening gehouden in hun budgettering. Christel Geerts: “Ze kunnen dus kiezen tussen drie kwalen: of een verhoging van de ouderbijdragen, wat vooral nefast is voor de toegankelijkheid; of de tekorten zelf dragen, wat weinig realistisch is; of de dienstverlening terugschroeven, dit terwijl er wel degelijk een bijzondere nood is aan buitenschoolse opvang. In het Waasland bijvoorbeeld maken zo’n 30.000 kinderen regelmatig gebruik van de kinderopvang, wat bewijst dat het aanbod aan een reële nood beantwoordt.”
Vooral de communicatie over deze beslissing liet volgens Christel Geerts te wensen over. “Vaak werd vanuit de administratie gewoon een ingewikkelde brief gestuurd naar een lokale ambtennaar die niet altijd rechtstreeks met kinderopvang bezig is. Zelfs voor ingewijden was op basis van die brief niet echt duidelijk waarom de subsidiëring zo plots en zo ingrijpend veranderde.”
Zo’n zwakke communicatie over zo’n belangrijke ingreep is nefast en maakt het voor de betrokken promotoren onmogelijk een ernstig en degelijk beleid te voeren. Zo werd beslist dat vanaf 1 januari 2005 rekening wordt gehouden met de reële ouderbijdragen in plaats van zoals nu met de forfaitaire ouderbijdragen. Dit is cruciaal omdat die reële bijdragen vaak lager liggen dan de forfaitaire, wat dus voor de promotoren een enorm inkomstenverlies betekent. Een snelle berekening leert dat het voor alle maatregelen samen voor Sint-Niklaas bijvoorbeeld gaat over 150.000 euro minder inkomsten per jaar. De prognoses van andere promotoren gaan in dezelfde richting. Dit is echt een achteruitgang in het streven om arbeid en gezin beter met elkaar te verzoenen, een achteruitgang waar vooral de zwaksten het slachtoffer van driegen te worden.”
Christel Geerts vroeg dan ook aan de betrokken minister van Sociale Zaen Rudy Demotte (PS) wat zijn diensten bezield heeft om deze maatregel op deze manier door te voeren, en wat hij wil doen om deze problemen op te lossen.
Minister Demotte liet weten dat er reeds sinds 1997 een stop is op nieuwe Franstalige projecten, en pas sinds 2000 op de Vlaamse projecten. Maar ondanks deze stop zijn de uitgaven blijven stijgen. Dat zou vooral te wijten zijn aan het toegenomen aantal dagen dat kinderen in de opvangstructuren aanwezig zijn.
Het FCUD (dat wordt gefinancierd door een werkgeversbijdrage van 0,05%) heeft daardoor sinds 2002 te weinig inkomsten om de uitgaven te dekken. Tot nu toe kon dit probleem worden opgevangen via de reserves van het fonds. De administratie heeft echter berekend dat deze reserves op 31 december 2004 op zullen zijn. Ingrijpen was dan ook nodig. Daarom werden een aantal besparingsmaatregelen genomen, waarvan sommige op 1 september 2004 in werking moesten treden en andere op 1 januari 2005. Het ging meer bepaald om zeven maatregelen, waarvan de eerste drie op 1 september in werking zijn getreden. 1. Een moratorium op het aantal dagen aanwezigheid van de kinderen. De aanvaarde norm is het aantal aanwezigheidsdagen in 2003.
2. De beperking van de verwerkingskosten in de gewestelijke coördinaties.
3. De verwijdering van de investeringskosten uit de werkingskosten.
4. Een maatregel tot beperking van de betoelaging boven 100%. De promotor krijgt thans een vrijstelling van maximum 10% van de betoelaagbare massa zodat sommige projecten winst maken, wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn van de betoelaging van het FCUD.
5. Men moet rekening houden met de financiële bijdrage die de ouders effectief betalen. Het FCUD houdt thans rekening met een forfaitaire bijdrage van de ouders, die lager kan liggen dan het werkelijke ontvangen bedrag. Het project kan dus winstgevend zijn door de gezamenlijke financiering door het FCUD.
6. De integratie van de GECO’s Wallonië-Brussel.
7. De afschaffing van de pedagogische begeleiding in de projecten van buitenschoolse opvang die een huiswerkschool organiseren.
Christel Geerts: “De minister is er zich van bewust dat die maatregelen een aanzienlijke weerslag kunnen hebben op sommige projecten. Daarom zoekt hij naar een oplossing om het eventueel tekort t in 2005 verhoudingsgewijs te verdelen over alle projecten in het Noorden en het Zuiden van ons land.”
Bovendien heeft het Arbitragehof op 16 juli 2004 een arrest geveld waarmee de wettelijke basis voor een forfaitaire tegemoetkoming van het FCUD teniet gedaan. Er wordt nu onderzocht hoe de wettelijke basis dan wel kan worden gelegd. Volgens Demotte zijn dit allemaal omvangrijke werkzaamheden waarbij de tegemoetkoming van het FCUD aan de opvangstructuren helemaal zal worden herzien. Christel Geerts: “Momenteel verzamelt de minister alle gegevens over de verschillende soorten opvang in ons land om op basis daarvan het bedrag van de tegemoetkoming per opgevangen kind te kunnen vastleggen. Wanneer dat nieuwe systeem in werking ging treden kon hij nog niet zeggen.”
Christel Geerts: “Ik heb er alle begrip voor dat de minister een financieringsprobleem voor het FCUD moest vaststellen. De cijfers zijn nu eenmaal wat ze zijn. Ik geef ook grif toe dat er inderdaad wel wat bezuinigingsmarge op zat. Ik heb zelf het voorrecht gehad twee jaar schepen te zijn en ik moet toegeven dat het riant en ook transparant samenwerken was met het FCUD.” “Ik blijf echter wel vragen hebben bij de concrete aanpak. De meeste mensen in de kinderopvang zijn ernstige mensen die begrip hebben voor de problemen, op voorwaarde dat ze ook als ernstige mensen behandeld worden en duidelijke informatie en richtlijnen krijgen. Dat is in deze niet gebeurd.” “De eerste brief vertrok pas in juli vanuit de administratie, en die was zo ingewikkeld en vaag dat de meeste besturen toen nog niet in actie zijn geschoten. Pas de laatste weken wordt de ravage duidelijk, terwijl de begrotingsopmaak voor volgend jaar al een eind gevorderd is. Ik vind dat we dus een kans missen om lokaal de begroting nog bij te sturen en ik vrees dat velen voor de gemakkelijke oplossing zullen kiezen: de verhoging van de ouderbijdrage. Dat is toch echt een stap achteruit. Ik roep de lokale besturen dan ook op om creatief op zoek te gaan naar andere middelen. De minister zal ik blijven aanporren om tot een oplossing te komen.”
Meer info: Christel Geerts 0473/21 07 96

spacer
Navigatie
Home
Christel in de pers
Biografie
Links
Zoeken
Evenementen
Gastenboek
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact

Archief
spacer spacer spacer spacer spacer
spa