topimg
Home arrow Pers arrow Vergeet oudere werknemers niet in loopbaaneindedebat
spacer spacer spacer
imgbody
spacer
Partijbureau 11-09-2006

spablogt
Vergeet oudere werknemers niet in loopbaaneindedebat PDF Afdrukken
maandag, 14 maart 2005

Het debat over het loopbaaneinde begon woensdag officieel. De toon werd onmiddellijk gezet. De vakbonden lieten weten dat ze het debat willen opentrekken naar een algemeen activerend tewerkstellingsbeleid en dat ze geen afbouw van het brugpensioen aanvaarden. CHRISTEL GEERTS en ANNEMIE VAN DE CASTEELE vrezen dat op die manier het debat voorbijgaat aan de oudere werknemer, de belangrijkste betrokkene.

De Senaat organiseert op dit ogenblik een reeks hoorzittingen om te komen tot een aantal aanbevelingen voor het loopbaaneinde. We willen daarbij weg van de enge discussie over de pensioenleeftijd en het statuut van het brugpensioen. Het lijkt ons cruciaal te focussen op de vraag welke maatregelen nodig zijn naar de werkgevers en de werknemers toe opdat we 'werk op maat' zouden krijgen voor wie meer levensjaren telt. De vergrijzing vergt heel diverse aanpassingen van ons sociaal-economisch model. Een van de onderwerpen die bijzondere aandacht moet krijgen, is het thema van de oudere werknemers.
In alle landen stelt men vast dat de bevolking op arbeidsleeftijd gevoelig daalt. Voor BelgiŽ bijvoorbeeld is er tegen 2030 een daling van 200.000 eenheden, terwijl het aantal inactieven almaar toeneemt. Bovendien is er een 'interne' veroudering binnen de actieve bevolking.
De vakbonden stellen terecht dat een inspanning moet gebeuren naar alle actieve bevolkingsgroepen toe en dat dat moet passen in een activerend werkgelegenheidsbeleid.
Studies, onder meer van SD WORX, tonen evenwel duidelijk aan dat het 'reservoir' van jonge arbeidskrachten ontoereikend is. We moeten met andere woorden ook 50-plussers opnemen in het activeringsbeleid. Vooral omdat wij ook korte loopbanen hebben en een lage tewerkstellingsgraad in de groep van de oudere werknemers.
In alle Europese landen stelt men hetzelfde vast, maar BelgiŽ is wat 'loopbaaneindeprofiel' betreft overduidelijk een van de ziekste patiŽnten: we werken gemiddeld 36,6 jaar terwijl dat in de meeste Europese landen meer dan 40 jaar is.
Door de zeer lage werkzaamheidsgraad van 'ouderen' is er een risico op schaarste op de arbeidsmarkt, en op een vertraging van de economische groei en een daling van het inkomen per hoofd van de bevolking.
Twee invalshoeken
Het is belangrijk om deze 'problematiek' altijd vanuit twee invalshoeken te bekijken.
In de eerste plaats is de tewerkstellingsgraad van de babyboomers belangrijk om onze sociale welvaart te behouden en de druk op de sociale zekerheid te doen afnemen. Daarnaast moeten we 'oudere' personen de kans op een kwaliteitsvol leven blijven geven, waarbij ze diverse opties hebben om hun kennis, ervaring en competentie ter beschikking te stellen. Dat is trouwens een cruciale factor voor hun persoonlijke geluk. Er moet tevens bijzondere aandacht zijn voor de diversiteit binnen deze groep.
Het medicijn
De loopbaaneindeproblematiek moet passen in een globaal economisch en tewerkstellingsbeleid. De federale beleidsverklaring heeft de verdienste het kader aan te geven waarbinnen gewerkt wordt en essentiŽle bakens uit te zetten. Er wordt niet geraakt aan de wettelijke pensioenleeftijd en de lopende verworvenheden. Er wordt bovendien in speciale maatregelen voorzien voor zware beroepen of voor wie het slachtoffer is van herstructureringen. Binnen dit kader heeft de regering een pakket maatregelen aangeboden.
We pleiten ervoor niet enkel te focussen op de meer structurele maatregelen. Het debat moet ook gaan over attitudes en respect voor die 'oudere' werknemer op de werkvloer. De kwaliteit van het werk is daarbij een cruciaal aandachtspunt. Wie zich goed en gerespecteerd voelt, blijft langer werken. Ook de kennis en de attitude van werkgevers over de evolutie van de arbeidsvaardigheden met de leeftijd moet veranderen. Er zijn inderdaad vaardigheden die afnemen met het ouder worden, maar er zijn er evenzeer die gelijk blijven en zelfs verbeteren - bijvoorbeeld het onderhandelingsvermogen, de ervaring, enzovoort. We kunnen dat niet genoeg benadrukken.
De attitude van werknemers wordt sterk beÔnvloed door de algemene maatschappelijke, negatieve stereotypering: 'Oud is out'. Oudere werknemers moeten daarom ondersteund worden in hun zelfvertrouwen. Dat is een cruciale voorwaarde voor een ondernemende werknemer.
Ouderen zitten voor opleiding en training in een paradoxale situatie: zij hebben in verhouding meer nood aan training en opleiding en nemen er het minst aan deel, mede omdat ze minder mogelijkheden krijgen. De opleidingscapaciteit bij 50-plussers bedraagt 6 procent in BelgiŽ. In Zweden is dat 30 procent.
Het pensioen
We moeten pensioensystemen uitbouwen die het mensen mogelijk maakt een kwalitatief leven uit te bouwen, maar tegelijkertijd realistisch te zijn. De overheid moet ervoor zorgen dat de eerste pijler een absoluut toereikend niveau heeft, maar ze moet ook het regelgevende kader ontwikkelen waarbinnen de tweede en derde pijler zich kunnen ontwikkelen. Op elk van die domeinen moeten we vooruitgang boeken, zo niet missen de maatregelen hun effect. Een pensioenbeleid, in combinatie met een tewerkstellingsbeleid, moet sociaal rechtvaardig maar ook realistisch zijn.
Vandaag is de verwarring troef: we praten over langer werken, maar kampen nog steeds met een relatief hoge werkloosheid. Zodra de babyboomers met pensioen gaan, zal er evenwel snel een kentering komen.
Uit de cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Europa (OESO) blijkt ook dat in landen waar een hoge activiteitsgraad is bij ouderen, ook meer jongeren aan de slag zijn. Het is niet of/of , het is en/en. Ook het verslag van de Nationale Bank zette enkele weken geleden die dynamiek nog eens in de verf. Die vaststelling vergemakkelijkt het maatschappelijk debat. Een hoge activiteitsgraad van ouderen - mannen ťn vrouwen - vormt geen bedreiging voor de jongeren.
Hoe verkoop je het?
Onlangs waren we beiden te gast op een internationaal congres over de loopbaaneindeproblematiek, met als titel Reinventing Retirement. Daar werd ook de vraag gesteld wie alle die voorstellen en maatregelen aan de bevolking gaat verkopen.
Her en der gingen stemmen op om niet-gouvernementele organisaties (NGO's) een beslissende rol in te laten vervullen, onder meer omdat politici de moed noch de snelheid zouden hebben om dat te realiseren.
Voor BelgiŽ is op het eerste gezicht geen reden tot paniek. De beleidsverklaring van de premier en van de minister van Werk zijn duidelijk. Maar kunnen we hopen op de andere sociale actoren als partners in dit proces? Erkenning van de problematiek zou al een goed uitgangspunt zijn. Onze geschiedenis in sociaal overleg indachtig, hebben we er toch alle vertrouwen in.
Wie de toekomst van zijn kinderen en kleinkinderen niet wil hypothekeren, wacht geen dag langer om het loopbaaneindedebat ernstig aan te vangen. De vraag is niet of we nu langer dan 65 moeten gaan werken. De vraag is ook niet hoe lang mensen Łberhaupt moeten werken. De echte inzet is veel belangrijker. Hoe geven we de vijftigers van vandaag hun recht op respect op de arbeidsvloer. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat hun kapitaal aan ervaring en wijsheid niet verloren gaat voor de samenleving?
De auteurs zijn senator voor respectievelijk sp.a en VLD. Ze zijn respectievelijk voorzitter van de senaatswerkgroep Vergrijzing en voorzitter van de senaatscommissie Sociale Zaken
Artikel verschenen in De Tijd, op 14 maart 2005

spacer
Navigatie
Home
Christel in de pers
Biografie
Links
Zoeken
Evenementen
Gastenboek
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact

Archief
spacer spacer spacer spacer spacer
spa