topimg
Home arrow Parlementair werk arrow Borstkankerscreening
spacer spacer spacer
imgbody
spacer
Partijbureau 11-09-2006

spablogt
Borstkankerscreening PDF Afdrukken
vrijdag, 17 juni 2005

Vraag om uitleg van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de screening van borstkanker» (nr. 3-892)

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT).
– De afgelopen twee decennia werd heel wat vooruitgang geboekt inzake epidemiologische data voor de incidentie van borstkanker, die evenwel een veel voorkomende ziekte blijft. De data tonen ook aan hoe belangrijk de systematische opsporing is om de mortaliteitsratio van de ziekte te doen dalen. In ons land worden jaarlijks ongeveer 5.000 nieuwe gevallen van borstkanker vastgesteld. Positief is evenwel dat door een steeds frequentere systematische opsporing het sterftecijfer voor borstkanker aanzienlijk is gedaald. Het protocolakkoord, voor vrouwen tussen 50-69 jaar, dat de federale overheid en de gemeenschappen in 2000 hebben afgesloten, draagt hiertoe bij. De jongste jaren is herhaaldelijk de vraag gesteld naar de legitimiteit van de leeftijdsafbakening voor de systematische opsporing. Hiertoe worden diverse argumenten naar voren geschoven. Er zijn elementen van epidemiologische aard: in bijna 30% van de gevallen manifesteert borstkanker zich voor de leeftijd van 50 jaar en meestal tussen 40 en 50 jaar. Andere elementen hebben betrekking op de effectiviteit: diverse studies bevestigen dat massale opsporing vanaf de leeftijd van 40 jaar de sterfte doet afnemen. Op dit laatste vlak is er nog geen wetenschappelijke eensgezindheid. Recent heeft professor Tjalma van het UZ Antwerpen uitdrukkelijk gevraagd om de opsporingsprogramma’s voor borstkanker uit te breiden naar de groep vrouwen tussen 40 en 50 jaar. Hij verwijst hierbij naar het feit dat er een stijging is van het aantal borstkankerdiagnoses bij vrouwen jonger dan vijftig. Hij gaat er vanuit dat men per 1400 screenings bij 40- tot 50-jarigen één leven kan redden. Werden recent nog stappen gedaan om de leeftijdscategorie voor de preventie en de screening van borstkanker te verruimen? De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
– Met de huidige kennis is een systematische borstkankerscreening door mammografie bij vrouwen van 40 tot 49 jaar niet gerechtvaardigd. Beschikbare studies betreffende screenings door mammografie bieden voldoende aanwijzingen over de doeltreffendheid van de methode, maar alleen bij vrouwen van 50 tot 69 jaar. Er werd aangetoond dat systematische borstkankeropsporing bij de leeftijdsgroep 50/69 jaar bij een geregelde opvolging van zeven tot negen jaar het sterftecijfer met 30% doet dalen. Voor vrouwen van 40 tot 49 jaar daarentegen beschikt men momenteel slechts over beperkte aanwijzingen betreffende een verlaging van het sterftecijfer. Na een opvolging van tien jaar is het voordeel van vermijdbare sterfte relatief gering, meer in het bijzonder 19%. De studies over dit onderwerp waren bij aanvang niet specifiek ontworpen om de doeltreffendheid van opsporing bij vrouwen van 40 tot 49 jaar te bestuderen. Het is dus mogelijk dat de geobserveerde verlaging van sterfte op zijn minst deels toe te schrijven is aan mammografieën na de leeftijd van 50 jaar. Daarom werd in Groot-Brittannië een studie opgezet met vrouwen van 40 of 41 jaar. Die vrouwen worden gedurende tien jaar gevolgd tot zij de leeftijd van 50 jaar bereiken. Het zou verstandig zijn de resultaten van deze studie af te wachten alvorens een standpunt in te nemen over de opportuniteit van borstkankerscreening bij vrouwen van 40 tot 49 jaar. Voorts mogen we niet vergeten dat een mammografie ook nadelen heeft en dat die aanzienlijker zijn bij jonge vrouwen. Een van de nadelen die moeten worden vermeld is het verhoogd risico van valse positieven waardoor bijkomende onderzoeken worden bevolen, met als gevolg onnodige ongerustheid en niet te verwaarlozen psychologische trauma’s. Daarenboven vermeld ik ook het risico van valse negatieven en de nadelen van overdiagnose, ongepaste behandelingen en een hoger stralingsrisico. Internationale studies hebben aangetoond dat de systematische borstkankerscreening bij vrouwen van 40 tot 49 jaar een minder gunstige kosten-batenverhouding heeft dan screening bij vrouwen van 50 tot 59 jaar. In België is in 2001 een borstkankerscreeningsprogramma van start gegaan voor vrouwen van 50 tot 69 jaar. Het programma werd georganiseerd volgens de Europese aanbevelingen. Op basis van de cijfers tot einde 2004 kende het programma maar een matig succes omwille van de volgende redenen: vrouwen hebben onvoldoende belangstelling en het medisch korps verkiest senologische onderzoeken in plaats van screeningsmammografie. Bijgevolg lijkt het momenteel in België gepaster eerst de doeltreffendheid van de systematische opsporing in de leeftijdsgroep 50/69 jaar te bewijzen alvorens de opsporing uit te breiden naar jongere vrouwen, waarvoor momenteel het voordeel van opsporing onzeker en controversieel blijft. Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT).
– Ik denk inderdaad dat we met de huidige opsporingsprogramma’s wel goede resultaten boeken, maar erken ook dat het een gigantische uitdaging is nog meer vrouwen te motiveren eraan deel te nemen. Ik noteer dat we volgens de minister moeten oppassen met het wetenschappelijk onderzoek dat we als referentie nemen. Hij verwijst daarbij naar een studie van het Verenigd Koninkrijk. Ik erken inderdaad dat er wetenschappelijk geen eenduidigheid is, maar het beleid moet in elk geval de vinger aan de pols houden om na te gaan hoe de wetenschappelijke kennis evolueert. Heeft de minister een idee wanneer de studie uit het Verenigd Koninkrijk ter beschikking zal zijn? De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.
– Nee, dat weet ik niet. Ik zal het navragen en aan mevrouw Geerts laten weten

spacer
Navigatie
Home
Christel in de pers
Biografie
Links
Zoeken
Evenementen
Gastenboek
Nieuwsbrief
Fotogalerij
Contact

Archief
spacer spacer spacer spacer spacer
spa